|
Bepalingen voor subsidie
voor “Kwaliteit in Bouwen voor nieuwbouwwoningen” |
|
Hoofdstuk 1 |
Algemene bepalingen |
Paragraaf 1.1 |
Begripsomschrijvingen |
|
Artikel 1 |
Begripsomschrijving |
|
|
In deze verordening wordt verstaan onder: |
||
|
a) |
wet: |
|
|
b) |
aanvrager: |
|
|
c) |
instelling: |
|
|
d) |
voorzieningen: |
|
|
e) |
GPR-Gebouw®: er dient op 5 verschillende thema's een score te worden
behaald die door het college op basis van versie 4.0 is vastgesteld; |
|
|
f) |
thema: |
|
|
g) |
score: |
|
|
h) |
aanvraag: |
|
|
i) |
beschikking: |
|
|
j) |
subsidie: |
|
|
k) |
subsidieontvanger: |
|
|
l) |
subsidieverlening: |
|
|
m) |
subsidievaststelling: |
|
|
n) |
gereedkomingsdatum: |
|
|
o) |
gereedmelding: |
|
|
p) |
gemeente: |
|
|
q) |
het college: |
|
|
r) |
de raad: |
|
|
s) |
woning: |
|
|
t) |
levensloopbestendige woning: |
|
|
u) |
seniorenwoning: |
|
|
v) |
zelfstandige woonruimte: |
|
|
w) |
onzelfstandige woonruimte: |
|
|
x) |
plan: |
|
|
y) |
particuliere kavels: |
|
Paragraaf 1.2 |
Reikwijdte van de verordening |
|
Artikel 2 |
Toepassing |
|
Deze verordening heeft als doel het toepassen van maatregelen op het gebied van duurzaam bouwen voor nieuwbouwwoningen te stimuleren door het beschikbaar stellen van subsidies en daardoor een bijdrage te leveren aan het beperken van energie- en materiaalgebruik en het gezond, veilig en toekomstgericht bouwen van woningen. |
|
|
Artikel 3 |
Van toepassing op: |
|
|
Voor de toepassing van deze verordening wordt mede verstaan onder: |
||
|
a) |
woning: zelfstandige woonruimte. |
|
|
Artikel 4 |
Niet van toepassing
op: |
|
|
Deze verordening is niet van toepassing op: |
||
|
a) |
woningen die worden gebouwd op particuliere kavels. |
|
|
b) |
woningen die niet geschikt of bestemd zijn om voortdurend door dezelfde persoon of personen te worden bewoond. Hieronder vallen vakantiewoningen op recreatieparken en ook als zodanig geregistreerde vakantiewoningen; |
|
|
c) |
bejaardenoorden als bedoeld in de Wet op de bejaardenoorden; |
|
|
d) |
zorginstellingen (ziekenhuizen, verpleeginrichtingen e.d.) |
|
Paragraaf 1.3 |
Algemene voorwaarden subsidiëring |
|
Artikel 5 |
Bevoegdheden |
||
|
1) |
Het college beslist over: |
||
|
|
- |
het al dan niet verlenen en vaststellen van subsidie; |
|
|
|
- |
het intrekken, wijzigen of terugvorderen van een subsidie. |
|
Paragraaf 1.4 |
Grondslag en werkingssfeer |
|
Artikel 6 |
Grondslag met
bijbehorende inspanningen |
||
|
1) |
Op grond van deze verordening kan het college uitsluitend het subsidiebedrag, van € 3.000,– per woning, toekennen voor nieuw te bouwen woningen: |
||
|
|
a. |
indien voor het thema “Gebruikskwaliteit” een minimale score van 8,0 en voor alle andere thema’s, voor elk thema afzonderlijk, een minimale score van 7,0 te is behaald.; |
|
|
|
b. |
indien de aanvrager kan aantonen dat de te plegen inspanning voor het behalen van de score op één of meerdere thema’s niet in verhouding staan tot de algehele doelstelling, dan bestaat het recht op het verkrijgen van het volledige subsidiebedrag, mits het gemiddelde van de score op alle thema’s een 7,0 bedraagt en tevens de score op het thema “Energie” niet lager is dan 7,0 en de laagste score op één van de overige thema’s niet lager is dan een 6,5. |
|
|
|
c. |
Indien de aanvrager kan aantonen dat hij ten aanzien van het bouwen van een seniorenwoning of levensloopbestendige woning heeft voldaan aan de aanvul-lende eisen zoals deze zijn vastgelegd in artikel 25. |
|
Hoofdstuk 2 |
De subsidieverlening |
Paragraaf 2.1 |
De aanvraag |
|
Artikel 7 |
Wijze van aanvragen |
|
Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend met het daartoe door het college vastgestelde formulier (bijlage 2) op grond van artikel 4:4 van de Awb. |
|
|
Artikel 8 |
Inhoud van de
aanvraag |
||
|
1) |
De aanvraag moet worden ondertekend en bevat tenminste: |
||
|
|
a. |
de naam en het adres van de aanvrager; |
|
|
|
b. |
de dagtekening; |
|
|
|
c. |
een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd; |
|
|
|
d. |
de ondertekening. |
|
|
2) |
De aanvrager verschaft voorts, gelijktijdig met het indienen van de bouwvergunningsaanvraag de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn. |
||
|
|
a. |
bouwvergunningstekening(en) en een EPC-berekening van het bouwplan; |
|
|
|
b. |
een digitale aanlevering van de uitkomsten in GPR-Gebouw®.(versie 4.0) |
|
Paragraaf 2.2 |
Voorlopige beschikking tot subsidieverlening |
|
Artikel 9 |
Ontvangstbevestiging |
|
Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag. |
|
|
Artikel 10 |
Beslistermijn |
|
Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in artikel 8 mits alle stukken bij de aanvraag zijn gevoegd. Zo dit laatste niet het geval is krijgt verzoeker de gelegenheid de ontbrekende gegevens en/of stukken alsnog in te leveren binnen vier weken. |
|
|
Artikel 11 |
Voorlopige
beschikking |
|
Het college geeft op schriftelijke aanvraag (bijlage 2) een voorlopige beschikking af indien wordt voldaan aan een score zoals vermeld in artikel 6. |
|
|
Artikel 12 |
Verplichtingen |
|
|
Het college verleent subsidie onder de verplichting dat: |
||
|
a) |
zonder schriftelijke toestemming van het college bij de werkzaamheden niet wordt afgeweken van het bouwplan en de maatregelen zoals door aanvrager in GPR-Gebouw® zijn aangegeven; |
|
|
b) |
de gereedmelding plaatsvindt overeenkomstig artikel 15 en artikel 16; |
|
|
c) |
de aanvrager alle informatie beschikbaar houdt aangaande de toegepaste maatregelen en materialen die voor een juist toezicht op de naleving van de in deze verordening gestelde verplichtingen noodzakelijk is; |
|
|
d) |
dat bij het indienen van het verzoek niet al gestart is met de bouw van de woning. |
|
|
Artikel 13 |
Toegang tot de
woning en inzage in gegevens |
|
|
Het college verleent subsidie onder de verplichting dat aan de door het college aangewezen toezichthouders: |
||
|
a) |
toegang wordt verleend tot de woning; |
|
|
b) |
inzage wordt verleend in de op de bouw betrekking hebbende bescheiden en tekeningen; |
|
|
c) |
alle inlichtingen worden verstrekt die naar hun oordeel noodzakelijk zijn. |
|
|
Artikel 14 |
Weigeringsgronden |
||
|
1) |
Behalve de in artikel 4:35 van de wet genoemde gevallen kan subsidieverlening in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: |
||
|
|
a. |
de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; |
|
|
|
b) |
de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidietoekenning verbonden verplichtingen; |
|
|
|
c) |
de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de daadwerkelijke uitvoering van de bij de subsidieaanvraag, in de overlegde gegevens in GPR-Gebouw® aangegeven maatregelen en hiermee het behalen van de bij de aanvraag overlegde scores per thema in GPR-Gebouw®, versie 4.0. |
|
|
2) |
De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager: |
||
|
|
a. |
in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid of |
|
|
|
b. |
failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. |
|
Paragraaf 2.3 |
Gereedmelding |
|
Artikel 15 |
Gereedmelding |
|
|
1. |
De subsidieontvanger meldt aan het college op een daartoe vastgesteld formulier (bijlage 3) dat de werkzaamheden zijn voltooid |
|
|
2. |
De gereedmelding is tevens een aanvraag om definitieve vaststelling van de subsidie. |
|
|
3. |
De subsidieontvanger dient de gereedmelding als bedoeld in het eerste lid binnen 8 weken na voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk twee jaar na het verlenen van de voorlopige subsidiebeschikking, in te dienen. |
|
|
Artikel 16 |
Verklaring en
gereedmeldingsdatum |
|
|
De gereedmelding als bedoeld in artikel 15 gaat vergezeld van: |
||
|
a) |
een verklaring van de subsidieontvanger dat bij de bouw respectievelijk het treffen van voorzieningen is voldaan aan alle in GPR-Gebouw® vermelde maatregelen; |
|
|
b) |
een opgave van de gereedmeldingsdatum; |
|
Paragraaf 2.4 |
Vaststelling van de subsidie |
|
Artikel 17 |
Ontvangstbevestiging |
|
Het college bevestigt binnen 2 weken de ontvangst van de gereedmelding als bedoeld in artikel 15 aan de subsidieontvanger. |
|
|
Artikel 18 |
Beslistermijn
vaststelling |
|
Het college neemt binnen een termijn van 8 weken na ontvangst van de gereedmelding een besluit op de aanvraag tot vaststelling van de definitieve subsidie. |
|
Paragraaf 2.5 |
Intrekking van de subsidie |
|
Artikel 19 |
Intrekkingsgronden |
||
|
1) |
Indien een voorlopige beschikking tot subsidieverlening is afgegeven, stelt het college de definitieve subsidie overeenkomstig de regels vermeld in deze verordening, vast. |
||
|
2) |
De subsidie kan worden ingetrokken indien: |
||
|
|
a. |
de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; |
|
|
|
b. |
de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de voorlopige subsidie-toekenning verbonden verplichtingen; |
|
|
|
c. |
de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidie verlening zou hebben geleid, of |
|
|
|
d. |
de voorlopige subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist, kon weten dan wel dit behoorde te weten. |
|
Paragraaf 2.6 |
De betaling |
|
Artikel 20 |
Uitbetaling |
|
Het definitieve subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling conform artikel 18 betaalbaar gesteld. |
|
Paragraaf 2.7 |
Nadere bepalingen |
|
Artikel 21 |
Hardheidsclausule |
|
|
1) |
Het college kan op een daartoe strekkende en gemotiveerde aanvraag afwijken van de termijn genoemd in artikel 15, 3e lid. Een dergelijke aanvraag moet voor het verstrijken van de termijn ingediend zijn |
|
|
2) |
Indien het college een aanvraag als bedoeld in het eerste lid honoreert, geeft zij een nieuwe termijn aan. |
|
|
Artikel 22 |
Bevoegdheid voor
opleggen nadere uitvoeringsregels |
|
Het college kan voor de uitvoering van deze bepalingen nadere regels vaststellen. |
|
Hoofdstuk 3 |
Bepalingen voor subsidie voor “Kwaliteit in Bouwen voor nieuwbouwwoningen” |
Paragraaf 3.1 |
Nieuwbouwwoningen |
|
Artikel 23 |
Overleggen van scores in GPR-Gebouw® |
|
Het college kan subsidie verlenen indien de uitkomst van GPR Gebouw ® aangeeft dat de woning voldoet aan de voorgeschreven score voor alle thema's. |
|
|
Artikel 24 |
Overleggen van volledig ingevulde berekening GPR-Gebouw® |
|
Een aanvraag voor subsidie kan alleen in behandeling worden genomen als alle in het bouwplan door te voeren maatregelen in GPR-Gebouw® zijn ingevuld. Voor het verkrijgen van subsidie dient aan de hand van controles te worden bepaald of de maatregelen ook daadwerkelijk zijn toegepast. |
|
Paragraaf 3.2 |
Levensloopbestendige woningen |
|
Artikel 25 |
Aanvullende eisen
voor levensloopbestendige woningen en seniorenwoningen |
||
|
Woningen die bij de uitgifte van het bouwkavel in de uitgiftecriteria zijn aangemerkt als seniorenwoningen moeten voor zover ze niet direct als seniorenwoning worden gebouwd worden uitgevoerd als levensloopbestendige woningen. In dit kader moeten voor zowel seniorenwoningen als levensloopbestendige in GPR-Gebouw® specifiek de volgende regels zijn aangevinkt: |
|||
|
- |
Onder thema 4. Gebruikskwaliteit: |
||
|
|
- |
art. 4.1.13 Binnendeuren: |
|
|
- |
Onder thema 5. Toekomstwaarde: |
||
|
|
- |
art. 5.2.4 Verandering indeling: |
|
Paragraaf 3.3 |
Toetsingscriteria |
|
Artikel 26 |
Toetsingscriteria |
|
De in artikel 12, 13 en 14 vermelde criteria zijn van overeenkomstige toepassing. |
|
Paragraaf 3.4 |
Afwijzingscriteria |
|
Artikel 27 |
Afwijzingscriteria |
|
De afwijzingscriteria vermeld in artikel 14 zijn van overeenkomstige toepassing. |
|
Paragraaf 3.5 |
Gereedmelding |
|
Artikel 28 |
Gereedmelding |
|
De gereedmelding geschiedt overeenkomstig het gestelde in artikel 15 ten aanzien van de subsidieaanvraag. |
|
Hoofdstuk 4 |
Overgangs- en slotbepalingen |
|
Artikel 29 |
Overgangsbepaling |
|
Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het gestelde in deze verordening naar het oordeel van het college zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het college daarvan gemotiveerd afwijken. |
|
|
Artikel 30 |
Citeertitel en
inwerkintreding |
|
|
1) |
Deze verordening kan aangehaald worden als
“Subsidieverordening GPR Gebouw Nieuwbouwwoningen Gemeente Someren |
|
|
2. |
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 augustus 2009. |
|