Verordening op de Rekenkamercommissie Deurne, Asten, Someren 2008
Paragraaf 1 |
Begripsbepalingen |
|
Artikel 1 |
Begripbepalingen |
|
|
In deze verordening wordt verstaan onder: |
||
|
1. |
Rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan; |
|
|
2. |
Doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken; |
|
|
3. |
Doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken; |
|
|
4. |
Lid: een lid van de
Rekenkamercommissie dat op basis van artikel 2.2, eerste lid door de raad van
buiten de kring van zijn leden is benoemd; |
|
|
5. |
Raad: de raad van de gemeente
Someren; |
|
|
6. |
Voorzitter:
voorzitter van de rekenkamercommissie; |
|
|
7. |
Secretaris-onderzoeker: de secretaris van de rekenkamercommissie die
tevens, namens de rekenkamercommissie, onderzoek kan doen. |
|
Paragraaf 2 |
Taak, samenstelling en lidmaatschap van de rekenkamer-commissie |
|
Artikel 2.1 |
Taak van de
rekenkamercommissie |
|
|
1. |
Er is een gemeentelijke rekenkamercommissie; |
|
|
2. |
De rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijke beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. |
|
|
Artikel 2.2 |
Samenstelling van
de rekenkamercommissie |
|
|
1. |
De Rekenkamercommissie bestaat uit vier externe leden die door de raad op voordracht van het presidium worden benoemd voor een periode van 3 jaar |
|
|
2. |
De raad benoemt op
voordracht van het presidium uit de leden van de Rekenkamercommissie de
voorzitter. |
|
|
3. |
De benoeming van de leden en de voorzitter is
zodanig dat de samenstelling van de rekenkamercommissies van de gemeenten
Asten, Deurne en Someren dezelfde is of wordt. Hiertoe wordt vooraf door of
namens de gemeenteraden van Asten, Deurne en Someren onderling overleg
gevoerd. |
|
|
4. |
De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de Rekenkamercommissie, het
leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de
onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
besluitvorming. |
|
|
5. |
De leden kunnen door de raad, op voordracht van
het presidium worden herbenoemd. Lid 3 van dit artikel is van overeenkomstige
toepassing. |
|
|
6. |
Een tussentijds benoemd lid wordt bij
herbenoeming geacht in de plaats te zijn getreden van het lid in wiens plaats hij is benoemd. |
|
|
7. |
De leden leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de
Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke
naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb
gegeven of beloofd |
|
|
Artikel 2.3 |
Besluitvorming in
de rekenkamercommissie |
|
|
1. |
In vergaderingen van de rekenkamercommissie wordt besloten bij unanimiteit. |
|
|
2. |
Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij een meerderheid
van de leden van de rekenkamercommissie ter vergadering
aanwezig is. |
|
|
Artikel 2.4 |
Einde van het
lidmaatschap |
||
|
1. |
De raad ontslaat de leden van de rekenkamercommissie of stelt hen op non-actief. |
||
|
2. |
Het lidmaatschap van
een intern lid of intern plaatsvervangend lid eindigt: |
||
|
|
a. |
op eigen verzoek; |
|
|
|
b. |
bij aanvaarding van
een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Rekenkamercommissie; |
|
|
|
c. |
wanneer het bij
onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is
veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming
tot gevolg heeft; |
|
|
|
d. |
indien het bij
onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in
staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen
of wegens schulden is gegijzeld. |
|
|
3. |
De leden van de Rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen. Hiertoe wordt vooraf door of namens de gemeenteraden van Asten, Deurne en Someren onderling overleg gevoerd. |
||
|
Artikel 2.5 |
Verboden
betrekkingen en verboden handelingen |
|
|
1. |
Een lid van de rekenkamercommissie kan in ieder geval niet tevens een betrekking vervullen als bedoeld in artikel 13, eerste lid onder a. tot en met h. van de Gemeentewet. De uitzonderingen als bedoeld in het tweede lid van dat artikel zijn van toepassing. |
|
|
2. |
Het is de leden van de
Rekenkamercommissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in
artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de Rekenkamercommissie,
een lid van de Rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit
verbod van zijn functie ontslaan. |
|
|
3. |
Leden overleggen aan
de raad halfjaarlijks een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die zij
op dat moment vervullen |
|
|
Artikel 2.6 |
Vergoeding voor de
werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie |
|
|
1. |
De leden van de Rekenkamercommissie ontvangen een maandelijkse vergoeding voor hun werkzaamheden voor de rekenkamercommissies van de gemeente Deurne, Asten en Someren tezamen. |
|
|
2. |
De vergoeding bedraagt 65 % van de vergoeding
voor raadsleden in de een gemeente die behoort tot de categorie gemeenten met
een inwoneraantal gelijk aan het totale inwoneraantal van de gemeenten
Deurne, Asten en Someren overeenkomstig het vigerende
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. |
|
|
3. |
De vergoedingen als
bedoeld in het eerste lid komen voor 33 % ten laste van het budget van de
Rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 5. |
|
Paragraaf 3 |
De bevoegdheden en werkwijze van de rekenkamer-commissie |
|
Artikel 3.1 |
Reglement van orde |
|
|
1. |
De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na de vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de gemeenteraad. |
|
|
2. |
De secretaris-onderzoeker is aanwezig bij de vergaderingen van de rekenkamercommissie. |
|
|
Artikel 3.2 |
Onderwerpen voor en
beslissing tot uitvoeren van onderzoek |
||
|
1. |
Suggesties tot het verrichten van een onderzoek kunnen worden gedaan door: |
||
|
|
a. |
de rekenkamercommissie |
|
|
|
b. |
de gemeenteraad |
|
|
|
c. |
inwoners van gemeente Someren |
|
|
|
d. |
commissies als bedoeld in artikel 82, 83 en/of 84 van de Gemeentewet. |
|
|
2. |
De rekenkamercommissie kiest zelfstandig de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. Deze onderzoeksopzet wordt door de rekenkamercommissie rechtstreeks ter kennisneming aan de gemeenteraad gezonden. |
||
|
3. |
De raad kan bij motie de rekenkamercommissie een verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. Dit verzoek moet voldoen aan de criteria zoals opgesteld in artikel 3.3. De rekenkamercommissie kan deze verzoeken alleen beargumenteerd afwijzen. |
||
|
Artikel 3.3 |
Bij de selectie van
onderzoeksonderwerpen zijn de volgende criteria van belang: |
|
|
Het onderzoek dient: |
||
|
1. |
Maatschappelijk relevant te zijn |
|
|
2. |
Bruikbare resultaten op te leveren (aanbevelingen) |
|
|
3. |
Toekomstgericht te zijn |
|
|
4. |
Betrekking te hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid of rechtmatigheid van het beleid; |
|
|
5. |
Een substantieel financieel belang voor de gemeente te bevatten |
|
|
6. |
Beleid te betreffen dat de gemeente kan beïnvloeden |
|
|
7. |
Positief onderscheidend te zijn ten opzichte van andere onderzoeken (doordat het onderwerp niet eerder is onderzocht, er andere elementen onderzocht zijn of andere onderzoeken minder diepgaand / slechter zijn uitgevoerd) |
|
|
8. |
Bij te dragen aan enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken; |
|
|
9. |
Communiceerbaar te zijn naar de bevolking. |
|
|
Artikel 3.4 |
Bevoegdheden van de
rekenkamercommissie |
|
|
1. |
De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van de onderzoeken. |
|
|
2. |
De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de ambtelijk secretaris en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. |
|
|
3. |
De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. |
|
|
4. |
Op een verzoek tot ambtelijke ondersteuning is de Verordening op de ambtelijke bijstand van overeenkomstige toepassing. |
|
|
Artikel 3.5 |
Uitvoering van het
onderzoek en rapportage |
|
|
1. |
De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. |
|
|
2. |
De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. |
|
|
3. |
De rekenkamercommissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van inhoudelijke en procedurele aspecten van het onderzoek. |
|
|
4. |
De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. |
|
|
5. |
De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. |
|
|
6. |
De rekenkamercommissie stelt betrokkenen ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. |
|
|
7. |
Na het ambtelijk hoor- en wederhoor ten aanzien van de feiten (zie lid 6) formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen en voegt die aan het rapport toe. Vervolgens stelt zij het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste 2 weken bedraagt, hun zienswijze op het rapport (inclusief conclusies en aanbevelingen) kenbaar te maken. |
|
|
8. |
Na afronding van het bestuurlijk hoor- en wederhoor (zie lid 7) kan de rekenkamercommissie daarop zonodig nog door middel van een nawoord reageren; dat nawoord wordt – evenals de bestuurlijke reactie – aan het rapport toegevoegd |
|
|
9. |
Tenslotte wordt het rapport met de toegevoegde bijlagen zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden. |
|
Paragraaf 4. |
De ondersteuning van de rekenkamercommissie |
|
Artikel 4.1 |
Medewerker /
onderzoeker rekenkamer |
|
|
1. |
De rekenkamercommissie wijst ten behoeve van haar ondersteuning een secretaris-onderzoeker aan. |
|
|
2. |
De secretaris-onderzoeker
vervult de functie van ambtelijk secretaris van de Rekenkamercommissie. |
|
|
3. |
Hij staat de Rekenkamercommissie bij de
uitvoering van haar taak terzijde. |
|
|
4. |
Hij legt met
betrekking tot de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht
rechtstreeks verantwoording af aan de Rekenkamercommissie. |
|
|
5. |
Hij/zij draagt zorg
voor de agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers. |
|
|
Artikel 4.2 |
Onderzoeksmedewerkers |
|
|
1. |
De rekenkamercommissie is bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 5, naast de aangewezen secretaris-onderzoeker, tijdelijke onderzoeksmedewerkers aan te stellen. |
|
|
2. |
De secretaris-onderzoeker en onderzoeksmedewerkers kunnen, indien de rekenkamercommissie hen daartoe de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.5., tweede lid toekent, alle informatie verzamelen die de rekenkamercommissie in het belang van het onderzoek nodig acht; zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de rekenkamercommissie. |
|
|
3. |
De rekenkamercommissie is tevens bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 5 externe deskundigen in te schakelen. Het hiervoor in lid 2 gestelde is op de externe deskundigen dienovereenkomstig van toepassing. |
|
Paragraaf 5. |
De kosten van de rekenkamercommissie |
|
Artikel 5 |
Budget |
||
|
1. |
De rekenkamercommissie is bevoegd, binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget, uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. |
||
|
2. |
De rekenkamercommissie is bevoegd om haar budget samen te voegen bij die van de rekenkamercommissies van de gemeenten Deurne en Asten. |
||
|
3. |
Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: |
||
|
|
a. |
de vergoedingen die krachtens artikel 2.6 zijn toegekend aan de leden van de rekenkamercommissie; |
|
|
|
b. |
de secretaris-onderzoeker; |
|
|
|
c. |
onderzoeksmedewerk(st)ers |
|
|
|
d. |
externe deskundigen die mogelijk door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld |
|
|
|
e. |
de mogelijke overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak. |
|
Paragraaf 6. |
Slot- en overgangsbepalingen. |
|
Artikel 6 |
Citeertitel overgangsbepaling
en inwerkingtreding |
|
|
1. |
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
rekenkamercommissie Deurne, Asten, Someren |
|
|
2. |
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008. |
|
|
3. |
De onder de werking van de Verordening op de rekenkamercommissie Someren 2006 benoemde en nog zittende leden van de rekenkamercommissie blijven in functie totdat herbenoeming van deze leden overeenkomstig deze verordening aan de orde is. Het vierde, nieuw te benoemen, lid van de rekenkamercommissie wordt – zonodig in afwijking van het bepaalde in art. 2.2. lid 1 – voor de eerste keer benoemd tot de datum waarop de lopende zittingsduur van de thans zittende leden afloopt. |
|
|
4. |
Op het moment van inwerkingtreding vervalt de “Verordening
op de rekenkamercommissie Someren |
|